Streams of Health & Nutrition

 

Een belangrijk kenmerk van de jongste generaties tot 20 jaar is hun omnisensorisch bewustzijn: niet alleen bewust weten wat je ziet en hoort maar ook waarnemen wat je voelt, ruikt en proeft. Dat heeft een grote invloed op hun vermogen gezond of juist ongezond te leven en te worden.
Dit omnisensorisch bewustzijn begint ook door te dringen tot de volwassen generaties en de oudere consument.

 

De Chinezen hebben ons geleerd: ‘wil je een mens leren kennen let dan goed op wat deze mens in de mond stopt’. In de voeding en de keuzeprocessen daaromheen zijn twee hoofdstromen te onderscheiden:

 

1. De fysieke behoeftebevrediging van binnen uit:

  • De instandhouding van het lichaam en de lichaamsfuncties qua vermogen en energie: voelen waar je behoefte aan hebt.
  • De groei en ontwikkeling van het lichaam, c.q. het herstel van de gezondheid: voelen en consumeren wat je goed doet.

 

2. De emotionele bevrediging naar de invloeden die vanuit de wereld tot je komen:

  • Je fysieke behoeftes leren aanpassen aan het culturele consumptiepatroon dat nu eenmaal in je omgeving heerst.
  • Je fysieke gesteldheid aanpassen aan de emotionele energieën waar je nu eenmaal in zit.

 

Je zou verwachten dat de omnisensorische jeugd de twee aspecten van de eerste hoofdstroom ‘fysieke behoeftebevrediging’ beter kan herkennen -en dus weet wat goed voor je is- dan oudere generaties. En deels is dat ook zo, hetgeen tot uiting komt in een aantal trends, zoals: 

  • een dalende alcoholconsumptie onder de jeugd 
  • een hang -bijvoorbeeld na school- naar consumptie van een appel of een boterham met kaas i.p.v. een mars of een zak chips:

‘Marietje, wil een je een Mars?’ ‘Nee mam, ik heb geen trek’.

‘Marietje, wil je dan een zak chips?’ ‘Nee mam, ik zeg toch dat ik geen trek heb’.

‘Nou Marietje, dan niet, raar kind!’ ‘Mam, mag ik een boterham met kaas, ik heb honger!’

 

Als dit de hoofdtrend was, zou deze generatie onherroepelijk veel gezonder worden dan alle voorgaande, omdat zij beter in staat is aan te voelen wat goed voor ze is. Veel belangrijker is echter de consumptie door de jeugd in dienst van emotionele behoeftebevrediging: de tweede hoofdstroom. Deze emotionele behoeftebevrediging van consumptie staat vaak juist in dienst van ontwikkelingen die leiden tot minder gezondheid.

 

Dat wordt veroorzaakt doordat de impulsen uit de wereld om je heen regelmatig conflicteren met hoe goed je je eigenlijk van binnen voelt. Je gaat dan eten conform je omgeving.

Voorbeelden hiervan zijn onder meer:

  • ‘ranzige dingen eten als je je ook ranzig voelt’.
  • ‘naar de snackbar vluchten om te ontsnappen aan de benauwenis van de supermarkttroep die je thuis krijgt.’
  • ‘veel te veel laagwaardig voedsel naar binnen proppen omdat goed voedsel, waar je je fijn bij voelt, in de eigen leefomgeving niet beschikbaar is’.

 

Zodoende wekt het geen verwondering dat slechte eetgewoontes en obesitas onder de jongste generaties wijd verbreid zijn. 

 

SARV beoogt eraan bij te dragen dat deze trend in zijn tegendeel kan veranderen.

 

What we see

 

 

 

 

To be announced